Beleggen met je hypotheek
Voor degenen die niet voor aflossing willen sparen maar die liever (gedeeltelijk) beleggen zijn er vier hypotheekvormen:
1. Beleggingshypotheek
Allereerst is er de beleggingshypotheek. Dat is een normale, vaak aflossingsvrije hypotheeklening, die is gecombineerd met een beleggerspolis in box 1. Een woekerpolis (BEW) niet in euro's maar in aandelenfondseenheden, zeg maar. Kenmerken van deze polis zijn de (vaak verborgen) hoge kosten die op het rendement drukken. Van iedere euro die er ingestopt wordt met het doel voor aflossing te sparen, gaat ongeveer 40 procent aan kosten op. Kosten voor dekking van overlijdensrisico, voor afsluit- en incassoprovisie, kosten voor aankoop van de beleggingseenheden, administratiekosten, beheerkosten, switchkosten, noem maar op. Er zijn dus verzekerings- en bankkosten in deze productgroep, die u zelf moet betalen.
Als dan de beurskoersen nog eens tegen zitten kun je er van uitgaan dat je de eerste 5 tot 10 jaar geen rendement maakt, dat er dus minder in je polis zit dan er totaal is ingestopt. Een zeer dure grap zo'n beleggingshypotheek. De voorwaarden van de KEW zijn hierop van toepassing om de uitkering belastingvrij te kunnen genieten. Bovendien ben je afhankelijk van de beleggingsmogelijkheden van je specifieke verzekeraar. Die zijn altijd beperkt.
2. Hybride- of spaarbeleggingshypotheek
Vrij nieuw is de hybride- of spaarbeleggingshypotheek. Dat is in feite een beleggingshypotheek met de extra beleggingsmogelijkheid om te sparen in euro's. Meestal is de spaarvergoeding gelijk aan de hypotheekrente die je betaalt, soms is het zelfs hoger. Hoger? Dat klinkt interessant: je krijgt meer vergoed dan het percentage waartegen je leent. Dat is uiteraard te mooi om waar te zijn want de switchkosten binnen deze producten zijn schandalig hoog vanwege het middelenbeheer van de geldgever, die het spaarsaldo op zijn balans moet boeken. Ook hier zijn de regels voor de KEW van toepassing.
3. Effectenhypotheek
Dan is er de effectenhypotheek. Dit is een effectendepot in box 3. De KEW regels zijn niet van toepassing. Er wordt jaarlijks in box 3 vermogensrendementsheffing (globaal 1,2% over de gemiddelde waarde van het depot) betaald. Daar staat tegenover, dat de beleggingsmogelijkheden veel ruimer zijn dan bij de beleggingshypotheek. Ook is het mogelijk om waarde tussentijds consumptief op te nemen, als de waarde boven een vooraf bepaalde groeilijn ligt. Een appeltje voor de dorst. De effectenhypotheek komt in twee varianten voor: die waarbij bij aanvang van de hypotheek een deel van de lening of het privé vermogen wordt gebruikt om een effectenmandje aan te schaffen dat groot genoeg is om, als het tzt is aangegroeid door rendement, als aflossing op de einddatum te dienen. Ook komt de variant voor waarbij het effectenmandje periodiek wordt gevuld met stortingen vanuit het privé vermogen.
4. Beleggingsrecht eigen woning
Tenslotte is er het Beleggingsrecht Eigen Woning, de BEW. Hierbij is geen sprake van een polis. Het is geen polis waarbinnen wordt belegd, maar een geblokeerde beleggingsrekening. Groot voordeel hiervan is, dat er veel minder kosten zijn dan bij de hierboven omschreven hypotheekvormen. Er wordt amper afsluitprovisie betaald door de depothouder. Er zijn alleen de normale bancaire kosten die met het openen en instand houden van een beleggingsrekening gepaard gaan. En dat is goed voor het rendement natuurlijk. Ook zijn de beleggingsmogelijkheden veel ruimer dan binnen een polis. De BEW kan in box 1 of in box 3 worden geplaatst, naar gelang uw voorkeur. Houdt u er echter rekening mee dat het overlijdensrisico niet gedekt is binnen een BEW.
Het Beleggingsrecht Eigen Woning is vergelijkbaar met de Spaarrekening Eigen Woning (SEW), met het verschil dat er bij het Beleggingsrecht Eigen Woning niet (alleen) in euro's wordt belegd, zoals bij de Spaarrekening Eigen Woning het geval is. Een hybride BEW met lage switchkosten zou een ideale hypotheek kunnen zijn, omdat deze de minste nadelen heeft.
Wilt u weten welk type hypotheek het beste bij u past, klik dan hier.
|